3.4.20

Vijfde leerjaar

Extract uit

Toen Kaaiman al tot in het vijfde leerjaar was gesukkeld, trok meester Jan tijdens het vak zang de hele klas mee in een welluidere dan welluidende opvoering van ‘Daar kwam een boer uit Zwitserland’. Een klassieker, wie heeft hem niet gekweeld? Al bij het tweede couplet besloten wij, samen met het vriendje dat naast ons moest zitten, om een kleine verbetering aan te brengen in de repetitieve frase: ‘Kadee, kadolleke, kada.’ Eén andere letter en de teneur werd plots heel wat vrolijker.
Het nieuwe libretto viel in de smaak bij de jongens op de banken voor en naast ons. Achter ons was er geen bank meer, om strategische en tuchtrechtelijke redenen. Na ‘Wel snijderke sprak hij, snijderke fijn’ waren we al met zes die voor de aangepaste tekst kozen, en bij ‘Dat kedelijn staat jou niks goe’ blies de hele klas de ‘kada’ van de meester finaal het lokaal uit. Pas toen had die door wat de reden was van het onderdrukte gegiechel en gegniffel dat hem al verdacht was voorgekomen, sloeg woest met zijn vuist op de lessenaar, en gaf een collectieve woensdagnamiddagstrafstudie

Muziekliefhebber  wende u tot https://www.youtube.com/watch?v=cLAxKGwV3uw
matelozen tot https://www.opazingt.nl/liedjes-a-z/