2.2.06

Omfloerst & Anachronistisch

Mijnheer Albert,
Ik schrijf u eerstens om een goeden dag, mijnheer Albert. Ik ben blij te horen dat gij weer wat kleur kunt zien met uw oog waar ze de katafalk of de grijze of groene staar uithaalden. Want niet goed weten wat ge ziet is al even erg als niet goed weten wat ge zegt. Te hopen gaat ook alles in orde met de vrouw en de kinders om de kleinkinderen niet te vergeten. Hou uw oog maar een tijdje toe en als gij bij dat vuil weer buiten moet, trek u dik aan, maar voor de rest niet te veel.


Ge hebt u eergisteren toch weer wat laten aandoen met dat spietschke voor de gestelde lichamen. Iedere keer moet gij ze daar luidop staan voorlezen wat zij zelf niet in het gezicht van de mensen willen zeggen, kwestie van zo lang mogelijk bij de welgestelde lichamen te kunnen blijven.
Offer u maar niet te veel op voor die gasten! Want als er ambras komt van uw zeverspietschke, als ik zo vrij mag zijn dat zo te noemen omdat het eigenlijk hunne zever is, als daarvan ondermeer in de gazetten ambras van komt, dan spelen ze het onschuldig ongesteld lichaam.
Ik zou zeggen Mijnheer Albert, duw hun dat spietschbriefke eens vlak onder hun eigen neus, zodat ze hun eigen woorden erin terugvinden. Zij zelf willen geen zelf separisme. Maar gij moogt het ons wel komen vertellen.
En waarom denkt gij mijnheer Albert,dat gij het moogt komen vertellen? De gewone man en ik, mijnheer Albert, wij zien u graag en de rode loper op TV . De royale koninklijke praalala en schone filmsterren en Belle Perez willen wij niet missen voor geen geld. En als gij dan komt voorlezen over de anacondische separatie of toch zoiets lelijks separatisch, dan willen wij dat alleen al om u een plezier te doen, graag geloven.
En dat gewoon scheiden al veel geld kost, ons moet gij het niet komen vertellen, mijnheer Albert. En als dat gesepareer dan nog aan ene chroniekmeter of zoiets moet gebeuren, dan zouden er zich nog veel weerhouden alvorens hun kruit daaraan nog eens te verschieten.
Voor de man en de vrouw op de straat die in de school al wat meer geleerd zijn van de 175- jarige Belgische Omwenteling , die weten wat een malheureus ongeluk dat over ons gebracht heeft, is hun dat vastgrondig ingeprotogeleerd. Maar goed dat wij toen en later steeds konden rekenen op al die goede Leopolden en uw grootpapa en uw broer zaliger, anders was er hier minder te lachen geweest.
Als ik van u geweest was, mijnheer Albert, maar dat is zo spijtig genoeg niet, dan had ik ineens gezegd dat die van Vlaams Belang voor u en voor alleman die profijt haalt uit de eendrachtigheid van ons landje de pot op kunnen samen met die omvloerde van de NV.A. Maar het zal wel moeten door uwen hogen stand dat gij dat van op de pot omvloerster uitdrukt.
't Is niet omdat die flaminganten menen dat alleen gijzelver en een paar dikke socialisten in de Walen met de Belgische enigheid het best gediend of bediend zijn dat er hier, en dan spreek ik voor heel Laag Belgie, dus voor daar waar men geen Frans kent, er ook genoeg Belgen zijn die met de huidige gesteldheden bestens hun plan kunnen trekken. Mijnheer Albert, ik en ons Josine weten goed genoeg dat gij u dat allemaal veel te veel aan uw hart laat komen. Vroeg of laat hoeven ze in Hoog en Midden Belgie van onze kant niets meer te verwachten om te ontvangen. Tegen dan is Europa sterk genoeg om ons kleintjes bij te springen, en zeker om de koninklijke stoeterijen te onderhouden.

Beste mijnheer Albert, nog welnemende groetjes aan heel de familie en ook aan uw onderhoudspersoneel. Hopelijk betert het weer voor uw hof en voor uw gezondheid. Nu de grijze wasem uit uw is weggelezerd zult gij toch al beter kunnen zien wat ge zegt.
Het belangrijkste is nu uw oog en borst zoals gezegd goed warm te houden en u voor al de rest niets aan te trekken ! Daarvoor zullen er u nog veel achterna unnen komen, voor wat gij allemaal voor ons doet. En laat de gestelde lichamen maar zelf hun hun eigen lijven beredderen!

In afwachting van nog eens af te zullen komen op voorbaats bedankt, als het niet te nat is.
De familie Jean-Boudain Selderslags-Vanzwetswinkel.

Labels: ,